Ja, het toestemmingsformulier zit twee keer in het mapje. Één keer voor de patiënt(e) en één keer voor in de grote envelop naar het onderzoeksteam. Beide formulieren moeten volledig worden ingevuld en ondertekend. 

Officieel tekent de patiënt(e) inderdaad voor de inhoud van de proefpersoneninformatie. Echter is dit gezien de spoed-setting van de studie niet haalbaar, dus is het voldoende om mondeling uitleg te geven aan de patiënt(e), eventueel in combinatie met de verkorte proefpersoneninformatie (het stripverhaal) en het introductiefilmpje die de ambulance kan laten zien.

Als je als ambulance-verpleegkundige zelf het ECG kan beoordelen, hoeft het ECG niet per se doorgestuurd te worden om iemand mee te laten beoordelen. Mocht je wel willen dat er een arts mee kijkt naar het ECG voor een beoordeling van het aantal punten voor de HEAR(T) score, dan kun je binnen kantoortijden kan je de ARTICA-telefoon bellen voor mede-beoordeling. Het ECG moet in het kader van het onderzoek altijd digitaal worden doorgestuurd naar de ARTICA postbus. Dit kan gewoon via de Lifepack. 

Er is sprake van niet-specifieke repolarisatiestoornissen als de repolarisatie afwijkend is, maar er geen significante ST-segment depressies zijn. Dit is bijvoorbeeld zo bij negatieve of vlakke T-toppen.

Indien de Sgarbossa criteria positief zijn, dan patiënt(e) behandelen als STEMI. Indien de Sgarbossa criteria negatief zijn, wordt er standaard 1 punt gegeven voor het ECG onderdeel (ongeacht of het LBTB nieuw of pre-existent is). 

Bij een RBTB kan de repolarisatie zonder problemen beoordeeld worden. Als de ST-segmenten en T-toppen normaal zijn, kan het ECG nog steeds als normaal beoordeeld worden.

Als iemand nog niet met atriumfibrilleren bekend is, of klachten heeft die gerelateerd kunnen zijn aan het atriumfibrilleren (zoals palpitaties), dan kan de patiënt inderdaad niet in de studie.
Echter, als de patiënt chronisch atriumfibrilleren heeft met nu een rustige frequentie en geen klachten gerelateerd aan het atriumfibrilleren, dan zou patiënt wel in de studie kunnen.

Probeer altijd een tweede poging als de eerste keer niet lukt. Mocht het dan alsnog niet lukken levert dit voor de patiënten die geïncludeerd zijn tot de standaard groep geen problemen op. Indien de patiënt(e) gerandomiseerd is tot de interventiegroep kan niet het volledige risico op acuut coronair syndroom berekend worden en kan dus ook niet het verdere beleid worden bepaald. De patiënt(e) zal dus hoe dan ook naar de Eerste Hart Hulp van het dichtstbijzijnde ziekenhuis moeten.
Als de patiënt(e) wel al gerandomiseerd is, is de patiënt(e) dus wel een deelnemer in de studie en moeten de formulieren wel bewaard blijven.

Hoe werkt de bloedafname? 
De bloedafname via een venflon. Er wordt met een 5ml spuit bloed opgetrokken. Op deze spuit monteer je een naald, waarmee je een druppel bloed op de cartridge aan kan brengen. Let hierbij goed op dat de naald niet de cartridge raakt. Vervolgens breng je de naald in de lithium heparine gelbuis (licht-groen), let op: laat de dop op de buis zitten. Door het vacuüm zuigt deze het restmateriaal bloed op. 

Alleen als deze uitzendkracht ook de scholingen over deze studie gevolgd heeft. Hetzelfde geldt voor verpleegkundigen in opleiding. De patiënt moet geïncludeerd worden door een verpleegkundige die de scholingen gevolgd heeft, dus het toestemmingsformulier moet ook getekend worden door een bevoegde verpleegkundige.

Het apparaat dat wij gebruiken, de i-STAT point-of-care troponine I analyzer van Abbott, is daar niet voor gevalideerd, dus hebben we de afspraak dat bij dit onderzoek ook niet te doen. Een eventuele meting met een vingerprik kunnen we bij dit apparaat nog niet vertrouwen.

Ja, buiten de koelkast zijn ze slechts 14 dagen houdbaar. Let er dus op dat de koelkast in de ambulance of op de post altijd aan staat.

De troponine cartridges moeten gekoeld bewaard blijven, omdat ze buiten de koelkast maar 14 dagen bruikbaar zijn. Mocht het voorkomen dat ze per ongeluk niet gekoeld zijn, dan kun je ze dus nog wel gebruiken, mits ze korter dan 14 dagen ongekoeld zijn.

Probeer de analyzer op kamertemperatuur te krijgen. Indien een test alsnog niet mogelijk is, en patiënt(e) nog niet gerandomiseerd is, kan patiënt(e) niet geïncludeerd worden. Als de patiënt(e) wel al gerandomiseerd is, is de patiënt(e) dus wel een deelnemer in de studie en moeten de formulieren wel bewaard blijven. Voor de standaard groep heeft het geen consequenties voor het beleid. Voor de interventiegroep kan er geen volledig risico op acuut coronair syndroom berekend worden en kan dus ook niet het verdere beleid worden bepaald. De patiënt(e) zal dus hoe dan ook naar de Eerste Hart Hulp van het dichtstbijzijnde ziekenhuis moeten.

Bij patiënten met een laag risicoprofiel (HEAR-score = 4), een lage troponinewaarde en bij wie de klachten meer dan één uur geleden zijn ontstaan, beschouwen we een acuut coronair syndroom als uitgesloten. De patiënt(e) hoeft vanuit het ARTICA-2-protocol niet naar het ziekenhuis te worden vervoerd en de zorg wordt overgedragen aan de huisarts. Vanaf dat moment bepaalt de huisarts het verdere beleid. Als de huisarts op basis van zijn of haar eigen beoordeling besluit dat de patiënt(e) alsnog naar het ziekenhuis moet worden verwezen, dan is dit beleid leidend. Het onderzoeksteam neemt de verantwoordelijkheid voor de verdere zorg van de patiënt(e) niet over van de huisarts. Uiteraard is overleg altijd mogelijk. Tijdens kantooruren kan hiervoor contact worden opgenomen met het onderzoeksteam via de ARTICA-telefoon (06-50008480) of met de dienstdoende cardioloog.

Indien een patiënt(e) uit de interventiegroep een laag risico heeft en daarom thuis mag blijven, wordt de zorg (telefonisch) overgedragen aan de huisarts of huisartsenpost. Volgens studieprotocol wordt geadviseerd dat de patiënt(e) vervolgens ook een afspraak maakt bij de eigen huisarts of huisartsenpost. Het zal per patiënt(e) verschillen of deze afspraak daadwerkelijk gemaakt wordt, het is een advies en geen verplichting.

Dit is natuurlijk erg afhankelijk van het verhaal van de patiënt, maar we streven er naar om te tellen vanaf het moment dat de patiënt de klachten heeft waarvoor aan de bel getrokken is. Bijvoorbeeld: Als de patiënt al dagen zeurende klachten heeft, maar nu belt omdat de klachten sinds 3 uur zijn toegenomen, dan tellen we die 3 uur.

Ja, naar alle vakgroepen Cardiologie van de ziekenhuizen die met de studie te maken kunnen krijgen, is een brief verzonden. Mochten er toch nog vragen komen vanuit andere ziekenhuizen, verwijs ze dan gerust naar de onderzoeksafdeling Cardiologie van het Radboudumc: Anja Bekkers (arts-onderzoeker) of Cyril Camaro (interventiecardioloog en hoofdonderzoeker).

Ja dat is mogelijk, wel zullen we rekening moeten houden met de follow-up per telefoon of e-mail die mogelijk moeizamer verloopt.

Ja, mits de patiënt(e) (zoals bij iedere patiënt(e)) in aanmerking komt voor de studie volgens de in- en exclusiecriteria. Indien de patiënt(e) gerandomiseerd wordt naar de interventiegroep en thuisblijft in verband met een laag risico, dan is het belangrijk dat het desbetreffende ziekenhuis waar de patiënt(e) naar gebeld had ook telefonisch op de hoogte wordt gebracht.

Opnieuw inloggen kan gewoon. Alles wat wordt ingevuld in Castor, wordt direct opgeslagen, dus ook als je per ongeluk opeens de pagina weg zou klikken, dan kun je na opnieuw inloggen de laatste patiënt opnieuw openen en gewoon verder werken waar je gebleven was.
Mocht er echt geen bereik op de tablet zijn, dan is het altijd nog een optie om de ARTICA telefoon te bellen, zodat Castor op afstand ingevuld kan worden.