Het apparaat dat wij gebruiken, de i-STAT point-of-care troponine I analyzer van Abbott, is daar niet voor gevalideerd, dus hebben we de afspraak dat bij dit onderzoek ook niet te doen. Een eventuele meting met een vingerprik kunnen we bij dit apparaat nog niet vertrouwen.
FAQ categorie: Ik ben zorgverlener (Pagina 2 van 3)
Alleen als deze uitzendkracht ook de scholingen over deze studie gevolgd heeft. Hetzelfde geldt voor verpleegkundigen in opleiding. De patiënt moet geïncludeerd worden door een verpleegkundige die de scholingen gevolgd heeft, dus het toestemmingsformulier moet ook getekend worden door een bevoegde verpleegkundige.
Hoe werkt de bloedafname?
De bloedafname via een venflon. Er wordt met een 5ml spuit bloed opgetrokken. Op deze spuit monteer je een naald, waarmee je een druppel bloed op de cartridge aan kan brengen. Let hierbij goed op dat de naald niet de cartridge raakt. Vervolgens breng je de naald in de lithium heparine gelbuis (licht-groen), let op: laat de dop op de buis zitten. Door het vacuüm zuigt deze het restmateriaal bloed op.
Probeer altijd een tweede poging als de eerste keer niet lukt. Mocht het dan alsnog niet lukken levert dit voor de patiënten die geïncludeerd zijn tot de standaard groep geen problemen op. Indien de patiënt(e) gerandomiseerd is tot de interventiegroep kan niet het volledige risico op acuut coronair syndroom berekend worden en kan dus ook niet het verdere beleid worden bepaald. De patiënt(e) zal dus hoe dan ook naar de Eerste Hart Hulp van het dichtstbijzijnde ziekenhuis moeten.
Als de patiënt(e) wel al gerandomiseerd is, is de patiënt(e) dus wel een deelnemer in de studie en moeten de formulieren wel bewaard blijven.
Als iemand nog niet met atriumfibrilleren bekend is, of klachten heeft die gerelateerd kunnen zijn aan het atriumfibrilleren (zoals palpitaties), dan kan de patiënt inderdaad niet in de studie.
Echter, als de patiënt chronisch atriumfibrilleren heeft met nu een rustige frequentie en geen klachten gerelateerd aan het atriumfibrilleren, dan zou patiënt wel in de studie kunnen.
Bij een RBTB kan de repolarisatie zonder problemen beoordeeld worden. Als de ST-segmenten en T-toppen normaal zijn, kan het ECG nog steeds als normaal beoordeeld worden.
Indien de Sgarbossa criteria positief zijn, dan patiënt(e) behandelen als STEMI. Indien de Sgarbossa criteria negatief zijn, wordt er standaard 1 punt gegeven voor het ECG onderdeel (ongeacht of het LBTB nieuw of pre-existent is).
Er is sprake van niet-specifieke repolarisatiestoornissen als de repolarisatie afwijkend is, maar er geen significante ST-segment depressies zijn. Dit is bijvoorbeeld zo bij negatieve of vlakke T-toppen.
Als je als ambulance-verpleegkundige zelf het ECG kan beoordelen, hoeft het ECG niet per se doorgestuurd te worden om iemand mee te laten beoordelen. Mocht je wel willen dat er een arts mee kijkt naar het ECG voor een beoordeling van het aantal punten voor de HEAR(T) score, dan kun je binnen kantoortijden kan je de ARTICA-telefoon bellen voor mede-beoordeling. Het ECG moet in het kader van het onderzoek altijd digitaal worden doorgestuurd naar de ARTICA postbus. Dit kan gewoon via de Lifepack.
Officieel tekent de patiënt(e) inderdaad voor de inhoud van de proefpersoneninformatie. Echter is dit gezien de spoed-setting van de studie niet haalbaar, dus is het voldoende om mondeling uitleg te geven aan de patiënt(e), eventueel in combinatie met de verkorte proefpersoneninformatie (het stripverhaal) en het introductiefilmpje die de ambulance kan laten zien.
